Ons hele gezin werd geboren met twee rechterhanden. Wat handig van pas kwam, want er werd bij ons thuis altijd naar hartelust geknutseld, geklust, gefabriceerd en gerepareerd. Het zal u dan ook niet verwonderen als ik zeg dat mijn hart sneller gaat kloppen zodra ik een doe-het-zelf boek uit mijn jeugdjaren tegen het lijf loop. Door de jaren heen heb ik er al aardig wat bij elkaar gespaard.
Laten we beginnen met de boekjesreeks ‘Top Tips’, die uitgegeven werd door het blad VT Vrije Tijd (‘voor iedereen die z’n tijd prettig - en nuttig- wil doorbrengen’). Hoeveel van die boekjes er in totaal zijn uitgegeven weet ik niet. Zelf bezit ik helaas alleen deel 2 en 3, beiden met een aantrekkelijke vader-leert-zoon-klussen voorplaat.

Ze staan boordevol handige klustips (zoals ‘Wat kunnen we doen tegen een lekkende kelder?’ en ‘Welke rol speelt nu zelfklevend behang?’). En uiteraard een groot aantal ‘gezellige’ zelfmaakobjecten (waaronder een ‘gezellig’ inklimbed en onderstaande ‘gezellige’ papieren hanglamp).
Ook niet te versmaden is het tijdschrift ‘Doe het zelf’. Dit ‘maandblad voor praktische mensen’, onder hoofdredactie van de illustere Drs. R. Zondervan, schonk diepgaand aandacht aan alle facetten van het klussen in huis en tuin. Een en ander smaakvol gelardeerd met de nodige doe-het-zelf advertenties.
‘Doe het zelf’ bevatte bovendien een aantal feuilletons, zoals ‘Tuintips van de maand’, ‘Werken met pitriet’, ‘Kernproblemen bij de carburatie’ en ‘De Zingende Naald’ (over reparaties aan de platenspeler). En zelfs een stap-voor-stap handleiding voor het maken van een ‘Drijvende bungalow of weekendhuis’ (voor de waarlijk ambitieuze klusser).
Waar sommige boeken en tijdschriften uitgebreide instructies en werktekeningen bieden, geven andere slechts summiere richtlijnen. Die soms geschreven lijken door iemand die het eindresultaat niet bijster serieus neemt. Zo luidt het bijschrift bij deze fraaie pop-art wanddecoratie, uit het boek ‘Creatief Wonen’ uit 1969:
‘De wit gespoten oude fiets wordt met allerlei onderdelen op een spaanderplaat bevestigd en deze zet u tegen de muur. Pop-art, ‘de gigantische vergroting van het banale’, stelt u in de gelegenheid een zotte carnavalstentoonstelling in elkaar te zetten’.
Een van mijn meest gekoesterde doe-het-zelf boeken is Bill Baker’s ‘House of ideas’. Baker beschrijft hierin tot in detail de wijze waarop hij, midden vorige eeuw, eigenhandig een aantal huizen bouwde. Maar Bill Baker was niet zomaar een knutselaar. Nee, beste lezer, we hebben hier te maken met een man met een missie!
In het voorwoord verzucht hij: ‘It is necessary that we change our basic concept as to what is realy important in better home living. And the sooner the better. In this age, where by pushing one button, billions of dollars’ worth of equipment is sent out into space photographing and televising perfect images, women stil fall off the kitchen stool trying to reach that top shelf. Why?’.
Waarom indeed, Bill.
De huizen van Bill Baker zijn dan ook voorzien van alle mogelijk denkbare inbouwkasten en andere ingenieuze opbergsystemen. En bevatten de voor die tijd meest moderne technische snufjes. Zoals gemotoriseerde paneeldeuren, volautomatische opklapbedden en in de wand wegschuivende apparatuur. Compleet met uitgebreide werktekeningen en technische instructies.
Bovendien bevat het boek een heel scala aan van alle gemakken voorziene huisbarretjes. Dat Bill behalve een groot vakman ook een levensgenieter was moge duidelijk zijn!
In Nederland hadden wij onze eigen knutselaar-met-een-missie: Piet Marée.
Maar daarover binnenkort meer in deel 2.