Binnenkort: Nieuwe website voor nieuwe activiteiten

De afgelopen jaren heb ik mijn ontwerpactiviteiten op een steeds lager pitje gezet en ben ik me meer gaan richten op waar mijn hart werkelijk ligt: Het als stadsgids en tijdreisleider delen van mijn kennis van de moderne geschiedenis van Rotterdam en de manier waarop ze zich door de tijd heen, dankzij steeds veranderende inzichten en omstandigheden, heeft ontwikkeld tot de ‘hippe’ stad van nu.

Binnenkort lanceer ik daarom een nieuwe website timelessrotterdam.com.
Daar vind je straks alles over mijn activiteiten als stadsgids. Daarnaast deel ik er tips, wetenswaardigheden en bespiegelingen. En uiteraard laat ik je ook weer door mijn ogen meekijken naar locaties en details waar je anders wellicht zomaar aan voorbij zou lopen.

Zodra de nieuwe website in de lucht is zal ik daar op deze site melding van maken. Tot die tijd kun je mijn tijdreisactiviteiten nog volgen op mijn huidige facebookpagina InSpaceRotterdam. Hier vind je onder andere alvast meer informatie over een nieuwe reeks tours die ik de komende maanden geef over de Coolsingel, waarbij ik je aan de hand van de kunstwerken, de ornamenten en de architectuur rondleid langs de rijke geschiedenis en de mogelijke toekomst van Rotterdam’s eerste moderne stadsboulevard.

Ik zou het leuk vinden als je met me meereist!

Bouwhek-Borduur-Stuif-In Utrecht 27 oktober

Wie deze week in de Utrechtse binnenstad was heeft ze waarschijnlijk al zien staan: De met megagrote kruissteken geborduurde hekken in het kader van de Culturele Zondag ‘Jong Jonger Jongst’. Het borduurwerk op de hekken werd voorbereid door een enthousiaste groep deelnemers tijdens de workshops bouwhek-borduren, die ik dit weekend samen met Inge Roseboom gaf. Tijdens de perspresentatie op zaterdagmiddag borduurde zelfs schrijfster Marjan Berk nog een klein stukje mee.

Helaas was er tijdens de workshops niet voor iedere aanmelder een plaats beschikbaar. Maar aanstaande zaterdag krijgt iedereen tijdens een spetterende Stuif-In alsnog de kans om mee te doen!

Jong of oud, man of vrouw, alleen of met de hele familie: Iedereen is van harte welkom om een stukje voort te borduren op wat tijdens de workshops al gemaakt is. En je hoeft geen borduur-ervaring te hebben, iedereen kan het leren!

De Bouwhek-Borduren Stuif-In vindt plaats op zaterdag 27 oktober van 14:00 tot 17:00.
– Van 13:00 tot 14:30 beginnen we met de hekken op het Domplein.
– Van 14:30 tot 16:00 borduren we verder op de Stadhuisbrug.
– En van 16:00 tot 17:00 eindigen we bij Lucas Bolwerk (Stadsschouwburg).

Houd er rekening mee dat we in de buitenlucht aan de slag gaan, dus neem voor de zekerheid een lekker warme jas mee.

Voor wie geen gelegenheid heeft om er ‘s middags bij te zijn: Zaterdagavond van 19:30 tot 21:00 ben je ook welkom om een stukje mee te borduren op de binnenplaats van Hotel Karel V (Geertebolwerk 1).

Een impressie van de workshop:

Een gevel vol haarden, kachels en fornuizen

Van de week liep ik in Den Haag bij toeval – en dus helaas zonder fatsoenlijke camera bij de hand – tegen deze unieke gevelreclame op het pand van de Firma A. Zwennes aan de Brouwersgracht aan.
Op de gevelvlakken rond de ramen wordt in prachtige begin 20e eeuwse belettering reclame gemaakt voor complete keukeninrichtingen, haarden, kachels, fornuizen, gasartikelen, petroleumlampen, kachelplaten, vulemmers en allerlei soorten kinderwagens.

Op de website van de Stichting Haags Industrieel Erfgoed valt na te lezen dat dit een van de laatst overgebleven reclames is van de hand van NV Glashandel v.h. L.J. de Wolf; Een in 1843 opgerichte en in 1966 opgeheven glasfabriek van onder andere “marmerglazen naam- gevel- en grafplaten”.
De fabriek werd in 1898 bekroond met de “hoogste onderscheiding”. Het maken van dergelijke marmerglazen gevelplaten was dan ook een bijzonder staaltje hoogwaardig vakmanschap. In zwart gepolijst marmerglas werden letters en/of afbeeldingen gezandstraald. De hierdoor opgeruwde en iets verdiept liggende vlakjes werden daarna ingelegd met bladgoud. Of diezelfde techniek ook toegepast werd voor de gevelplaten van Zwennes durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar het lijkt er wel op.

Met zo’n unieke originele reclame heb je als bedrijf goud in handen; Het is een voor iedereen in één oogopslag zichtbaar brevet van authenticiteit. En aan de in 2005 (wel erg kwistig) op de ramen aangebrachte versieringen te zien is Zwennes – terecht! – zelf ook heel trots op het feit dat ze al meer dan een eeuw bestaan. Maar wonderlijk genoeg weten ze dat statement direct weer te ontkrachten middels een dertien-in-een-dozijn plakletterrand boven de etalages; Net onder de plek waar blijkbaar ooit – eveneens in glas – te lezen was: “alle soorten koralen randen enz”, met daarnaast de signering van L.J. de Wolf.

Dat er heden ten dage in een dergelijke winkel ook moderne apparaten als koelkasten en wasmachines verkocht worden, in plaats van de blijkbaar uit de gratie geraakte “alle soorten koralen randen enz.”, is niet meer dan logisch. En de fornuizen en gashaarden worden tenslotte al op onovertroffen wijze onder de aandacht gebracht. Om dat nog eens op zo’n sneu ogend randje te herhalen lijkt me dan ook totaal overbodig.

Een foto van de situatie bij oplevering kon ik helaas niet vinden. Op de site van het Haags Gemeentearchief is wel een foto van de situatie in 1976 te zien. Bovenop het randje waar nu de plakletters zitten is in losse letters de firmanaam geplaatst; In een uitvoering die overigens ook allesbehalve stijlvast te noemen is.
In het bijschrift bij de foto staat vermeld dat de gevelplaten een beschermde status volgens de monumentenverordening bezitten. Het doet me deugd om te weten dat in ieder geval de inmiddels ook niet meer in zwang zijnde petroleumlampen, kachelplaten en vulemmers voor de toekomst veilig gesteld zijn.

Shell sportpark De Vijfsluizen

Toen ik in 1986 in Rotterdam kwam wonen bestonden ze nog in overvloed: Van die lang geleden door mensen verlaten terreinen en gebouwen. Die er gewoon stonden te ‘zijn’, zonder dat er nou direct iets mee moest; en in de loop der tijd in verval waren geraakt, zonder dat iemand zich daar om bekommerde.
Met name op kunstacademie-studenten oefenden ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Niet alleen om te kraken (het waren geweldige atelierruimtes) maar ook om er simpelweg urenlang rond te dwalen, je ogen uit te kijken en foto’s te maken.

In Rotterdam zijn ze inmiddels bijna allemaal verdwenen. Kraken mag niet meer en leegstand is tegenwoordig een ‘hot’ item. ‘Nutteloze’ terreinen zijn al lang volgebouwd en verlaten panden zijn gesloopt of hebben een nieuwe bestemming gekregen. Bovendien speelt verval – zelfs als het puur natuur door de tand des tijds veroorzaakt is – geen positieve rol van betekenis in een tijd waarin ‘schoon’ en ‘heel’ synoniem lijken te zijn voor ‘veilig’.
Maar ik mis ze wel, die ‘plekken met lucht’ (zoals Edith – ook een liefhebber van dit soort plekken – ze laatst zo mooi verwoorde).

Mijn vreugde was dan ook groot toen ik een paar weken terug in Vlaardingen zo’n tot dan toe voor mij nog onbekende te gekke plek ontdekte:
De Vijfsluizen, ook bekend als het Shell Sportpark. Een recreatieoord ten behoeve van de werknemers van het bedrijf en hun familie.


(bron: vlaardingen stadsarchief )

Het 11 hectare grote sportpark, ontworpen door S. van Riet (chef bouwkundige dienst van de toenmalige B.P.M.) werd in 1953 feestelijk geopend. In 2005 werden alle sportieve activiteiten verplaatst naar een ander complex en sindsdien ligt het terrein er verlaten bij.

Op een zondag neemt Peter – auteur van het geweldige blog Vintage 101 – ons mee op zoek naar de plek die hij zich uit zijn jeugd in Vlaardingen herinnert.
Bij aankomst blijkt het hek bij de ingang gesloten. Er hangt een bordje op van de opleiding Rotterdam Circus Arts. Blijkbaar is het gebouw dus (in ieder geval deels) in gebruik. Helaas zien we alleen maar een heel klein stukje van de zijkant van het gebouw. Maar een eindje verderop is een opening in de afrastering. We glippen er doorheen.

Het is zondag en het complex ligt er verlaten bij. Als er al iemand aanwezig is laat die zich niet zien, dus we kunnen ongehinderd ronddwalen. We lopen naar de entree van het clubhuis. Op de onooglijke kunststof kozijnen en wat later toegevoegde bakstenen muurtjes na ziet het er allemaal nog uit zoals het er 60 jaar geleden bijgelegen moet hebben. Er zitten wel wat scheuren in het beton en de verf bladdert hier en daar af, maar verder lijkt het gebouw grotendeels intact  Zelfs de bordjes ‘gereserveerd voor invaliden’ staan er nog.

Op ons gemakkie kuieren we om het gebouw heen richting de sportvelden en het openluchtzwembad. In het pierebadje staat nog een originele rood-met-witte-stippen paddestoel. Het is een prachtige zonnige dag en in gedachten zie ik voor me hoe de kinderen zich destijds in het water vermaakt moeten hebben.

Op het voormalige terras groeien de plantjes – van het type wat men meer algemeen onder de noemer ‘onkruid’ schaart – weelderig tussen de zeskantige keitjes.

En het 2-meter bad lijkt wel een gigantische bloembak, met planten die tot zeker een meter boven de rand uitsteken.

Hoe dichter we bij de sporthal met zijn metershoge smalle ramen komen, hoe indrukwekkender die wordt. We proberen door de ruiten een glimp van het interieur op te vangen. Maar helaas, er blijken schotten voorgezet te zijn tegen pottenkijkers.

Als ik later een paar foto’s die ik maakte op facebook zet volgt direct de ene ‘vind ik leuk’ na de andere. En er komen allerlei enthousiaste reacties los van mensen die zich De Vijfsluizen levendig herinneren.
Zo heeft Roland er vaak gezwommen, getennist en hardgelopen: “Het hoofdgebouw met dat terras, uitziend over de sintelbaan, deed me altijd denken aan foto’s uit het oude Indië. Het had, op een geruststellende manier, iets koloniaals.”


(bron: Vlaardingen stadsarchief

En Daan blijkt er atletiekwedstrijden gelopen te hebben: “Hele mooie herinneringen hieraan! Het was de meest ontspannen wedstrijd van het jaar en tussen en vooral na de wedstrijdonderdelen was het één groot waterfestijn in het zwembad.”

(foto: Weekkrant Groot Vlaardingen

Even googelen levert een club op Hyves op die gewijd is aan De Vijfsluizen. Met foto’s van in het park spelende kinderen:

En er blijkt zelfs een pagina die ijvert voor terugkeer van het sportpark: ‘Shell sportpark moet terug!

Zover zal het helaas niet komen, want even verder googelen leert dat het park inmiddels verworven is door een ontwikkelaar. En dat er vergevorderde plannen zijn om het om te vormen tot een ‘duurzaam’ businesspark ten behoeve van kantoorruimte, hotelvoorzieningen, onderwijsvoorzieningen en andere (al dan niet commerciële) voorzieningen met bijbehorende parkeerfaciliteiten. Er wordt vermeld dat het de bedoeling is om het monumentale gebouw en veel van het bestaande groen daarbij intact te laten. Dat klinkt hoopgevend.
Maar ik lees ook dat het vorig jaar pal naast het monumentale gebouw geopende Bastion Hotel het eerste concreet gerealiseerde bouwwerk is van die nieuwe plannen. En als ik de foto zo eens terug bekijk die ik die zondag maakte van dat hotel (wat voor de gelegenheid ook nog eens opgeleukt is met een enorme oranje voetbal), dan ben ik toch wel heel erg blij dat ik het terrein nog even ‘met lucht’ heb mogen aanschouwen.

Ontwerp maatwerk meubilair GreenChoice

Een overzicht van het maatwerk meubilair wat ik ontworpen heb voor het nieuwe kantoor van groene energieleverancier GreenChoice in Rotterdam. Wat begon met een aantal werktafels groeide in de afgelopen twee jaar tijd uit tot een complete serie. Met naast een honderdtal werktafels ook twee verschillende vergadertafels met bijpassende stoelen en een wachtkamersetje. Het meubilair werd gerealiseerd in samenwerking met lignum vitae meubelmakerij.

De tafels zijn van FSC-berkenmultiplex en hebben een linoleum toplaag, in drie verschillende kleuren.

Vergaderruimte 1, met een verlengde tafel en 6 bijpassende stoelen.

Vergaderruimte 2, de voormalige directiekamer. Met een vierkante tafel met kruisvormig onderstel en 8 bijpassende stoelen.

Vorm en materialisatie van het meubilair sluiten niet alleen aan bij het duurzame karakter van de organisatie, maar ook bij de monumentale uitstraling van het Batavierhuis. Dit pand werd in 1920 gebouwd als hoofdkantoor van de Batavier Lijn, in opdracht van Anton Georg Kröller (wiens naam, net als die van zijn echtgenote Helene Müller, verbonden is aan het Kröller-Müller museum).

Op de begane grond is een kleine wachtruimte ingericht. De ruimte dient niet alleen om mensen te ontvangen, maar kan ook gebruikt worden om even te overleggen. Het meubilair bestaat uit een tafeltje met twee vaste krukjes en een statafel.

Het onderstel van de werktafels is opgebouwd uit 3 standaard onderdelen, die op locatie in elkaar geschoven en door middel van bouten gemonteerd werden.

(Foto 1 t/m 5 met dank aan fotograaf Paul van der Blom)

Supermart

Dit jaar bestaat een van ‘s lands bekendste grootgrutters 125 jaar. De eerste 50 jaar werden de kruidenierswaren uitsluitend van achter de toonbank verkocht. Pas op 25 mei 1955 werd de eerste Albert Heijn supermarkt geopend, aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Op voorstel van Ab Heijn werd het een ‘Supermart’ (nog zonder ‘k’ dus) genoemd, om het idee van toegankelijkheid en eigenheid op te roepen.

Zo’n vroege Albert Heijn ‘Supermart’ zal er uit gezien hebben zoals op het plaatje hierboven. Met een volledig glazen pui en een voor die tijd hoogst moderne ‘suspensie-lichtreclame’. Het plaatje komt uit het boek ‘Etalage en Etaleur’, door J.M. Verberne jr., uit 1965. Het bijschrift luidt: “Appelleren aan het karakter van de zaak en door uniforme belettering het filiaalbedrijf-zijn benadrukken.”

Overigens was Albert Heijn niet de eerste die in Nederland met een zelfbedieningszaak begon. Die eer komt toe aan Chris van Woerkom in Nijmegen, waar de klant in 1948 voor het eerst – naar Amerikaans voorbeeld – zelf met een mandje langs de levensmiddelen kon gaan.

Bell’s Weird Room Of Silence

Gister verscheen op de site van de Daily Mail een artikel over de ‘anechoic chamber’ in het Orfield Laboratorium in de VS. Een kamer waar het zo stil is dat tot nu toe niemand er langer dan 45 minuten in kon vertoeven; een stilte zo verontrustend dat mensen er zelfs van kunnen gaan hallucineren.

Toch is die wetenschap niet nieuw. En de ‘anechoic chamber’ ook niet. Zoals deze pagina’s uit de National Geographic van juli 1954 (‘New Miracles of the Telephone Age’) bewijzen.

Het onderschrift op de linkerpagina luidt:
‘Walls 8 Feet Thick Surround Bell Laboratories’ Weird Room Of Silence’

En op de rechterpagina:
‘Suspended in Mid-air, a Girl Strains to Hear Dead Sounds’

Voor wie precies wil weten hoe het zit volgt hier de volledige beschrijving:
‘Here scientists can study pure sound. Deep Fiberglass wedges in the wall of this free space room, or anechoic chamber, stifle every echo and eliminate all outside noises. The utter silence is oppressive to some, frightening to others. visitors are often startled to hear their hearts beating and clothes stretching as they breathe.’
‘In a hearing test, two loudspeakers, the blue honeycomb “tweeter” (top) for high sounds and the “woofer” for bass, pour out notes of varying pitch and intensity. With a push-button box in her lap the subject signals which ones she can hear; a microphone measures intensity of sounds inside the girl’s ear. White triangle shields light.”

Wat ik zoal zag in Zürich

Vorige week was ik een paar dagen in Zürich. Ik kon meereizen met de mensen van de Garage Sale. Die daar hun eerste internationale expositie hadden.

Een selectie van dingen die me opvielen tijdens een rondje door de stad:

Het gebouw op de hoek tegenover ons hotel. Het heeft iets van een stads chalet, met z’n overhellend dak, galerij en luikjes voor de ramen.

In het reliëf op de gevel zijn de straatnamen verwerkt. Misschien minder opvallend, maar wel een stuk fraaier dan de standaard blauwe bordjes.

Automaat met mini-boekjes en mini-kunstwerkjes. Inworp 3 x 1 Frank.

Hele schone stoepjes. En ventilatiekanalen met grappige gietijzeren poortjes.

(Update: Bouwkundige Trees Konijn wist te melden dat het ‘poortje’ van het ventilatiekanaal bedoelt is om je schoenen schoon te schrapen. En dat ze soms los staan van de gevel.)

Waarom zou je restylen als je zo’n mooie hoekwinkel met originele neon hebt?

Wat een kleurrijk likje verf op de gevel al niet doet.

Theatraal betonnen ornament op de hoek van een leegstaande bioscoop.

Mini-etalages naast de slagerij. Kunstig ingericht met vilten vleeswaren.

Een van de vele tramhuisjes uit het begin van de 20e eeuw. Jaren ’30 schat ik.

Overal staan fonteintjes. Met fris stromend water. De vogel op deze roestvrijstalen variant doet denken aan een motorkap ornament.

Art nouveau winkel-ingang. Bij het terugzien van de foto kreeg ik spontaan trek in chocola.

Meer foto’s die ik in Zürich maakte kun je hier bekijken.

Etalage PRIMA Deluxe lezing

Op 7 april gaf ik een lezing over de betekenis van de etalage door de tijd heen. De veranderende vorm waarin producten werden getoond. En de maatschappelijke en architectonische ontwikkelingen die daar invloed op hadden.
De avond was de eerste in een serie lezingen PRIMA Deluxe, met onderwerpen die raken aan de verschillende aspecten van het project PRIMA van Inge Roseboom en Mark Weemen.

Irma Driessen bezocht de lezing en schreef naar aanleiding van de lezing de volgende overpeinzing op haar weblog:
“Ik zit in een etalage. Ik woon een lezing bij over etalages. Mijn hoofd tolt. De spreker, die de lezing geeft, vertelt dat er een tijd bestond waarin etalages met bruin pakpapier werden beplakt zodat winkelpubliek niet nodeloos met naakte paspoppen werd geconfronteerd. Etaleurs die stiekem paspoppen uit- en aankleedden, niemand wensten te kwetsen, wat een heerlijke tijd moet dat zijn geweest, al die kalmte, en zoveel rust voor het oog. Op dat moment passeren dertig Japanners, ze zwaaien naar ons, toehoorders van de lezing, ze kunnen het verhaal niet horen, geen gedachten lezen, ik ook niet, ik weet niet in hoeverre de spreker romantiseert, ik ben opgegroeid met televisie, niet met etalages die die rol vervulden. Toch valt er iets voor te stellen bij jongetjes die live voordoen hoe je een strikje strikt. Of dat er soms één televisie in een etalage stond waar iedereen zich voor verdrong.”


(foto Mark Weemen)

Ook Frits Jonker was er bij. Hij schreef er op zijn weblog o.a. het volgende over:
“Geïllustreerd met geprojecteerde foto’s vertelde Marly in ongeveer een uur de geschiedenis van de etalage. Die ga ik niet proberen na te vertellen (had u er maar bij moeten zijn!), maar in zo’n tweehonderd jaar veranderde de etalage van een naïeve representatie van de winkel-inhoud tot een ingewikkelde mix van verleiding / imago & oplichterij. Niet alleen de passie die Marly voor het onderwerp aan de dag legde maakte indruk, haar verhaal deed dat ook. Na afloop besefte ik dat de winkeliers, en met name de kleine middenstand, een enorme kans laat liggen om hun etalages te benutten.” (Het complete artikel kun je hier nalezen)

Tot slot een kleine slideshow die laat zien hoe de etalage (in dit geval zes etalages met hoeden) zich ontwikkelde tussen 1915 en 1965).

Voorproefje wachtkamer-meubel Greenchoice

Net een bezoek gebracht aan ligna vitae meubelmakerij om een stoelontwerp te bespreken. En meteen kunnen zien hoe de vergadertafels en het wachtkamer-meubel voor Greenchoice vorderen.

Hier zie je het wachtkamer-meubel, wat bestaat uit een tafel met met twee vaste krukjes. Het multiplex onderstel is al af, het is opgebouwd uit 6 onderdelen die in elkaar geschoven worden. Het chipwood is even tijdelijk; het definitieve blad en de zittingen worden ook van multiplex, met een linoleum toplaag.

Inmiddels hebben ook alle werktafels hun plek in het pand van Greenchoice gevonden. Hier poseert tafel nummer 100 in het trappenhuis.